onverlet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·let
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘onbelemmerd, ongedeerd, zonder uitstel’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1]
  • antoniem van verlet (stam van het werkwoord verletten) met het voorvoegsel on- [2]
stellend
onverbogen onverlet
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

onverlet

  1. onverlet laten - onverminderd aanwezig bljven
    • Uiteraard laat dit onverlet dat we kritisch kijken naar de uitgaven voor meertaligheid. 
Antoniemen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
76 % van de Vlamingen.

Verwijzingen