onverhoeds

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·hoeds
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onverhoeds onverhoedser onverhoedst
verbogen onverhoedse onverhoedsere onverhoedste
partitief onverhoeds onverhoedsers -

Bijvoeglijk naamwoord

onverhoeds [3] [4]

  1. plotseling zonder dat iemand er op voorbereid is
    • De verzekeringsman is vertrouwd met het fenomeen en ook met de nobele, maar onverstandige reflex van autobestuurders om op de rem te gaan staan of onverhoeds uit te wijken. ‘Verzekeringstechnisch kan u die kleine beestjes beter overrijden dan bruusk te remmen. Als u dan een ongeval veroorzaakt, moet u zelf voor de kosten opdraaien.’ [5] 
    • Diens onverhoedse afwijzing van de ChristenUnie eerder deze formatie is Pechtold door Mark Rutte en - vooral - Sybrand Buma niet in dank afgenomen. De D66-leider schond het vertrouwen, stellen VVD en CDA, door binnenskamers het signaal af te geven dat hij een serieuze poging met Segers wilde wagen, om de ChristenUnie-voorman vervolgens ‘over tafel te trekken’ met een eisenlijstje. De vier hebben daardoor nog niet één keer samen aan tafel gezeten, terwijl de coalitiepartners toch al dun gezaaid zijn. [6] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.

Verwijzingen