onverbreekbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·breek·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onverbreekbaar onverbreekbaarder onverbreekbaarst
verbogen onverbreekbare onverbreekbaardere onverbreekbaarste
partitief onverbreekbaars onverbreekbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

onverbreekbaar [1]

  1. dat de onderlinge band niet kapot te maken is
     De soiree van Anna Pavlovna verschilde in niets van de vorige, behalve dan dat het nieuwtje waarop Anna Pavlovna haar gasten trakteerde niet Mortemart was, maar een diplomaat, die net uit Berlijn kwam en de laatste bijzonderheden over het verblijf van Alexander in Potsdam meebracht, en uitvoerig beschreef hoe de twee doorluchtige vrienden elkaar in een onverbreekbaar bondgenootschap hadden gezworen de rechtvaardige zaak te verdedigen tegen de vijand van de mensheid.[2]
     Timmermans, die zijn toespraak deels in het Russisch hield, beperkte zich tot een verwijzing naar de eeuwenoude banden tussen Rusland en Nederland en de wens van tsaar Peter de Grote dat 'als God mij tijd van leven geeft' zijn nieuw te bouwen hoofdstad Sint-Petersburg een tweede Amsterdam zou worden. 'Die droom is uitgekomen. Vandaag is Amsterdam een beetje Sint-Petersburg", zei Timmermans. De relatie met Rusland noemde hij 'zo diep en fundamenteel dat hij onverbreekbaar is'.[3]
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Leo Tolstoj op Wikipedia “Oorlog en Vrede” (1869), van Oorschot, ISBN 978902825115 1
  3. Bronlink geraadpleegd op 4 februari 2022 Weblink bron “Geen kritiek op Poetin in Hermitage Amsterdam” (08-04-2013), Tubantia