ontzilten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·zil·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zilt met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontzilten
ontziltte
ontzilt
zwak -t volledig

Werkwoord

ontzilten

  1. overgankelijk van opgelost zout ontdoen, ontzouten
    • Zeewater kan met omgekeerde osmose ontzilt worden. 
  2. ergatief het zout verliezen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be