ontzette

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·zet·te

Deelwoord

ontzette

  1. verbogen vorm van het voltooid deelwoord ontzet van ontzetten

Werkwoord

vervoeging van
ontzetten

ontzette

  1. enkelvoud verleden tijd van ontzetten
    • Ik ontzette. 
    • Jij ontzette. 
    • Hij, zij, het ontzette. 
  2. aanvoegende wijs van ontzetten

Bijvoeglijk naamwoord

ontzette

  1. verbogen vorm van de stellende trap van ontzet