Naar inhoud springen

ontzet

Uit WikiWoordenboek
  • ont·zet
  • vervoeging van ontzetten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel [1]
vervoeging van
ontzetten

ontzet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van ontzetten
  2. gebiedende wijs van ontzetten
vervoeging van: ontzetten…
verbogen vorm: ontzette

ontzet

  1. voltooid deelwoord van ontzetten
enkelvoud meervoud
naamwoord ontzet -
verkleinwoord - -

hetontzeto

  1. verjaging van belegerende troepen door een strijdmacht die de belegerden te hulp komt
    • We werden gevraagd om het Leids ontzet te vieren. 
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen ontzetontzetterontzetst
verbogen ontzetteontzettereontzetste
partitief ontzetsontzetters-

ontzet

  1. heel erg van streek zijn na te zijn geschrokken
    • De ontzette dochter kwam bij haar moeder uithuilen. 
     Thea kijkt haar ontzet aan.[2]
     Oma en Maarten waren ontzet over de alomtegenwoordige verwoesting: de kapotte en soms compleet weggevaagde huizen, de ravage, de troosteloze watervlakte.[3]
     Oma en Maarten waren ontzet over de alomtegenwoordige verwoesting: de kapotte en soms compleet weggevaagde huizen, de ravage, de troosteloze watervlakte.[3]
     In de schaduwen ziet Walters gezicht er spookachtig uit, en met het kind in zijn armen staart hij haar ontzet aan.[2]
  2. uit het verband gerukt zijn
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. ontzet op website: Etymologiebank.nl
  2. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  3. 1 2
    Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be