ontwortelden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·wor·tel·den

Werkwoord

vervoeging van
ontwortelen

ontwortelden

  1. meervoud verleden tijd van ontwortelen
    • Wij ontwortelden. 
    • Jullie ontwortelden. 
    • Zij ontwortelden.