ontwinnen
Uiterlijk
- ont·win·nen
- van Middelnederlands ontwinnen, op te vatten als afgeleid van winnen ww met het voorvoegsel ont- [1]
- [2] ook op te vatten als contaminatie van "winnen (3)" en "ontginnen"
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ontwinnen |
ontwon |
ontwonnen |
| klasse 3 | volledig | |
ontwinnen
- ditransitief afnemen door te overtreffen, ook gebruikt om aan te tonen dat je over iemand of iets de overhand hebt gekregen
- Ik heb hem dat ontwonnen.
- ▸ Tegen gewoonte ontwint hij hem het tweede spel.[2]
- overgankelijk (van een grondstof) uit de grond halen
- Als we Lithium ontwinnen levert dat gezondheidsrisico's op.
- ▸ Fracking, het ontwinnen van gas en olie uit de bodem, heeft vele voor- en tegenstanders. Bij het opendrillen van de bodem worden namelijk vervuilende chemicaliën gebruikt.[3]
- Het woord 'ontwinnen' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron A.L.G. Bosboom-Toussaint“Eene kroon voor Karel den Stouten.” (1842), P.N. van Kampen, Amsterdam, p. 151 - ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie “Weet jij wat 'fracking' is?” op vrt.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel ont- in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 3 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Ditransitief werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal