ontwennen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·wen·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontwennen
ontwende
ontwend
zwak -d volledig

Werkwoord

ontwennen

  1. het lichamelijk en/of geestelijk losmaken van datgene waar men aan gewend geraakt is
    Na het drugsgebruik moesten ze ontwennen.
  2. (ergatief) een gewenning kwijtraken
    Hij was dat helemaal ontwend.
Afgeleide begrippen