ontwaarde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·waar·de

Werkwoord

vervoeging van
ontwaren

ontwaarde

  1. enkelvoud verleden tijd van ontwaren
    • Ik ontwaarde. 
    • Jij ontwaarde. 
    • Hij, zij, het ontwaarde. 
  2. verbogen vorm van ontwaard, voltooid deelwoord van ontwaren
vervoeging van: ontwaarden
verbogen vorm: ontwaardee

ontwaarde

  1. verbogen vorm van ontwaard, voltooid deelwoord van ontwaarden

Gangbaarheid