ontwaard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·waard
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ontwaarden: de stam zonder -d omdat de stam al op -d eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
  • vervoeging van ontwaren: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
ontwaarden

ontwaard

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontwaarden
    • Ik ontwaard. 
  2. gebiedende wijs van ontwaarden
    • Ontwaard! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontwaarden
    • Ontwaard je? 
  4. voltooid deelwoord van ontwaarden

Werkwoord

vervoeging van: ontwaren
verbogen vorm: ontwaarde

ontwaard

  1. voltooid deelwoord van ontwaren