ontwaakt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·waakt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ontwaken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
ontwaken

ontwaakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontwaken
    • Jij ontwaakt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontwaken
    • Hij ontwaakt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van ontwaken
    • Ontwaakt! 
  4. voltooid deelwoord van ontwaken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie