ontvouwing
Uiterlijk
- Geluid: ontvouwing (hulp, bestand)
- ont·vou·wing
- Naamwoord van handeling van ontvouwen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ontvouwing | ontvouwingen |
| verkleinwoord |
- het openvouwen van een opgevouwen voorwerp
- ▸ Het deed de mensen denken aan een paar dingen: de reusachtige slingers van de Drie Lichamen-wereld, de laagdimensionale ontvouwingen van de sofonen en het druppeltje.[2]
- ▸ Is dit liefde? De regels werden weergegeven op een laagdimensionale ontvouwing van een sofon die plots naast hen verscheen.[2]
- de uitleg van een plan; de uitleg van een bepaald onderwerp
- [1] ontplooiing
- [2] uitleg, uiteenzetting, exposé, vertoog, explicatie
- Het woord ontvouwing staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- 1 2 Liu Cixin“Het donkere woud” (2008), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044645828