ontvoerder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·voer·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ontvoerder ontvoerders
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ontvoerder m

  1. iemand die ontvoert
Verwante begrippen
Vertalingen