ontvlammen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·vlam·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontvlammen
ontvlamde
ontvlamd
zwak -d volledig

Werkwoord

ontvlammen

  1. ergatief vlam vatten
  2. ergatief (figuurlijk) in gemoedsbeweging geraken
    • Daardoor was hij in woede ontvlamd. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.