ontstopper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

ontstopper in actie
Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·stop·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ontstopper ontstoppers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ontstopper m

  1. fysiek of chemisch middel om verstopte afvoer weer doorgankelijk te maken
    • Twee telefoontjes waren voldoende om te horen wat er werkelijk in De Veur heeft plaatsgevonden. Een medewerker van het zwembad had geprobeerd een verstopt riool met vloeibare ontstopper van het merk 'Strong' weer open te maken. Dat werkte niet. Na de wisseling van de wacht later op de dag rook de middagploeg bij het schoonmaken eveneens een rioollucht. De betreffende medewerker gooide vervolgens een scheut chloorbleekloog in het putje. Als gevolg van de reactie van 'chloor' met 'Strong' kwam er chloorgas vrij. [1] 
Hyponiemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Jos van den Broek 28 maart 1995
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be