ontsluiten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·slui·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontsluiten
ontsloot
ontsloten
klasse 2 volledig

Werkwoord

ontsluiten

  1. overgankelijk toegankelijk maken.
    • De aanleg van de dammen van de Deltawerken ontsloot menig eiland. 
    • Het erts werd ontsloten door het omsluitende materiaal in zwavelzuur op te lossen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.