ontsluieren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·slui·e·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontsluieren
ontsluierde
ontsluierd
zwak -d volledig

Werkwoord

ontsluieren

  1. overgankelijk vanuit het verborgene zichtbaar maken
    • Einstein ontsluierde een aantal opmerkelijke aspecten van het heelal. 
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.