ontslapen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·sla·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘sterven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1637 [1]
  • afgeleid van slapen met het voorvoegsel ont- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontslapen
ontsliep
ontslapen
klasse 7 volledig

Werkwoord

ontslapen [3]

  1. onovergankelijk (formeel) (eufemisme) sterven
Verwante begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ontslapen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van
ontslapen

ontslapen

  1. voltooid deelwoord van ontslapen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders
70 % van de Vlamingen.

Verwijzingen