ontslaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·slaat

Werkwoord

vervoeging van
ontslaan

ontslaat

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontslaan
    • Jij ontslaat. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontslaan
    • Hij ontslaat. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van ontslaan
    • Ontslaat!