ontreddering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·red·de·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ontreddering ontredderingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ontreddering v [1]

  1. uitzichtloze wanhoop en verdriet
    • Koning Willem-Alexander is diep onder de indruk van de schade die orkaan Irma heeft veroorzaakt op het eiland Sint Maarten. ,,Dit tart al het voorstellingsvermogen. Dit heb ik nog nooit gezien, overal waar je kijkt zie je vernieling en ontreddering. Het gaat alle verbeelding te boven."[2] 
    • De 'ontreddering'die hij zag op Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius, na de orkaan Irma in september en 'de moedige aanzetten tot wederopbouw', hebben bij de koning gezorgd voor 'beelden en verhalen die me niet loslaten'.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia Annick van der Peet 12-SEPTEMBER-2017
  3. Volkskrant Robert Giebels uit de kersttoespraak van koning Willem-Alexander 25 december 2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be