ontluisteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·luis·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontluisteren
ontluisterde
ontluisterd
zwak -d volledig

Werkwoord

ontluisteren

  1. overgankelijk van luister of aanzien beroven
    • Het incident ontluisterde gans de feestviering. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.