ontliet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·liet

Werkwoord

vervoeging van
ontlaten

ontliet

  1. enkelvoud verleden tijd van ontlaten
    • Ik ontliet. 
    • Jij ontliet. 
    • Hij, zij, het ontliet.