ontlader

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·la·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ontlader ontladers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ontlader m

  1. iets dat ervoor zorgt dat de spanning minder wordt
    • ,,Alles wijst erop dat de mensheid erop vooruitgaat, beaamt Jan Bernheim (58), arts en hoogleraar bij het departement voor Menselijke Ecologie aan de VUB. ,,De gelukkigste mensen zijn zij die genieten van mensenrechten, dus ook vrijheid van meningsuiting, seksuele tolerantie. Ik heb, met veel generatiegenoten, veel geleden in mijn seksuele ontwikkeling, vooral vanwege nu totaal misplaatst lijkende schuldgevoelens. Het is een bevrijding dat zoveel nu toonbaar en bespreekbaar is. Porno speelt een rol als ontlader: kijken zorgt voor een vervulling van behoeftes. Ze neutraliseert primitieve driften van geweld, promiscuïteit en maximale procreatie. Driften die we sedert Freud leerden herkennen en aanvaarden. [1] 
    • Na een geslaagde test met het Europees Kampioenschap in 1964, stelde de wereldvoetbalbond Fifa Spanje de organisatie van een WK in het vooruitzicht. Het werd wachten tot 1982. Tijdens die achttien jaar maakte het politieke regime in Spanje een 180 gradenbocht, maar bleef voetbal overeind als volksvermaker en politieke ontlader nummer één. [2] 
  2. apparaat dat de elektrische spanning van een batterij verwijderd
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[3]


Verwijzingen

  1. De Standaard 18 NOVEMBER 1999 Peter Vantyghem Fatsoen aan flarden
  2. De Standaard 27 MEI 2002 OM 00:00 UUR | F. Mariën WK-GESCHIEDENIS. 1982. Spanje overschatte zichzelf bij de organisatie van het WK '82
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be