ontkurkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·kurkt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ontkurken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
ontkurken

ontkurkt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontkurken
    • Jij ontkurkt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontkurken
    • Hij ontkurkt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van ontkurken
    • Ontkurkt! 
  4. voltooid deelwoord van ontkurken