ontkrachtte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·kracht·te

Werkwoord

vervoeging van
ontkrachten

ontkrachtte

  1. enkelvoud verleden tijd van ontkrachten
    • Ik ontkrachtte. 
    • Jij ontkrachtte. 
    • Hij, zij, het ontkrachtte.