ontkrachten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·krach·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van kracht met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontkrachten
ontkrachtte
ontkracht
zwak -t volledig

Werkwoord

ontkrachten

  1. overgankelijk van zijn geldigheid beroven
    • Dat argument werd door de nieuwe gegevens ontkracht. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.