Naar inhoud springen

ontketenen

Uit WikiWoordenboek
  • ont·ke·te·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontketenen
ontketende
ontketend
zwak -d volledig

ontketenen

  1. overgankelijk een explosieve situatie veroorzaken, een heftig proces in gang zetten
    • Zijn oproep ontketent een rel. 
    • De supermarktketen ontketende een nieuwe prijzenoorlog. 
    • De chipsfabrikant ontketende met de flippo's een ongekende rage. 
    • De reeks oorlogen die Cheney daarna hielp ontketenen, zouden Amerikaanse troepen circa twintig jaar van huis houden, bijna 7.000 Amerikaanse militairen het leven kosten, evenals ruim 800.000 mensen onder wie 335.000 burgers volgens een schatting van het Costs of War project van Brown University.[1] 
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[2]