ontketenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·ke·te·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontketenen
ontketende
ontketend
zwak -d volledig

Werkwoord

ontketenen

  1. overgankelijk een explosieve situatie veroorzaken, een heftig proces in gang zetten
    • Zijn oproep ontketent een rel. 
    • De supermarktketen ontketende een nieuwe prijzenoorlog. 
    • De chipsfabrikant ontketende met de flippo's een ongekende rage. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.