onthoornd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·hoornd
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van hoorn met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -d
stellend
onverbogen onthoornd
verbogen onthoornde
partitief onthoornds

Bijvoeglijk naamwoord

onthoornd

  1. waar de hoorn van af gehaald is
    • De onthoornde neushoorn is geen interessante prooi meer voor de stropers. 

Gangbaarheid