ontgaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·gaan
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van gaan met het voorvoegsel ont-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontgaan
ontging
ontgaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

ontgaan

  1. ergatief aan de aandacht ontsnappen
    • Een aantal vandalistische wijzigingen waren iedereen ontgaan. 
     `Ik weet het; zei de majordomus. 'Het was ijdele hoop dat dit u zou ontgaan. Ik vraag u met klem de grootmoedigheid op te brengen om mijn nederige excuses te aanvaarden. Deze uit de toon vallende decoratie is het jammerlijke gevolg van het enthousiasme van de nieuwe eigenaar.'[1]
Verwante begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ontgaan: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van
ontgaan

ontgaan

  1. voltooid deelwoord van ontgaan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 16