ontelbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·tel·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ontelbaar ontelbaarder ontelbaarst
verbogen ontelbare ontelbaardere ontelbaarste
partitief ontelbaars ontelbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

ontelbaar

  1. heel veel, zoveel dat het niet meer te tellen is
    De sportheld kreeg ontelbare eerbewijzen.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen