ontegenzeggelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·te·gen·zeg·ge·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van tegen en de stam van zeggen met het voorvoegsel on- met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
  • Afgeleid van tegenzeggelijk met het voorvoegsel on-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ontegenzeggelijk ontegenzeggelijker ontegenzeggelijkst
verbogen ontegenzeggelijke ontegenzeggelijkere ontegenzeggelijkste
partitief ontegenzeggelijks ontegenzeggelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

ontegenzeggelijk

  1. wat niet valt te ontkennen, wat niet kan worden tegengesproken, wat helemaal waar is zonder twijfel.
    • Maar hoe zit het met de oudere, linkse zorg: de angst voor overbevolking en de druk op natuur en milieu? Het is ontegenzeggelijk waar dat een groeiende bevolking en stijgende welvaart tot milieuproblemen leiden. Zo steeg de CO2-uitstoot van China van 1,7 ton per persoon in 1960 naar 7,5 ton in 2014, wat het land tot de grootste uitstoter maakt. Het huisvesten van de groeiende bevolking ging op veel plekken in Azië ten koste van de natuur. [1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Volkskrant Hidde Boersma18 januari 2019 Bevolkingsgroei maakt een welvarend en groen Afrika mogelijk