ontduiken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Nederlandse werkwoord duiken met het voorvoegsel ont-.
Woordafbreking
  • ont·dui·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontduiken
ontdook
ontdoken
klasse 2 volledig

Werkwoord

ontduiken

  1. door zich te bukken, aan iets ontkomen
    • Hij wist den aansnorrenden pijl te ontduiken. 
  2. door onder iets te schuilen zich tegen zonnestralen vrij te waren
  3. aan gevaren of onaangenaamheden weten te ontkomen
    • Om de dagelijkse file op de A44 te ontduiken kunnen automobilisten bij het transferium hun auto parkeren en verder gaan met de bus over een nagenoeg vrije busbaan. 
  4. zich aan een verplichting weten te onttrekken
    • Vrouwen mochten aan de oude Griekse wedstrijden niet deelnemen. Toch probeerde men dit verbod wel eens te ontduiken, zoals blijkt uit het verhaal van een vrouw, die vermomd als trainer naar het boksen van haar zoon ging kijken. 
  5. (om een onderwerp) ontsnappen
    • Den dood toch kan niemand ontduiken; want wij moeten allen, vroeger of later. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [4]: de belasting ontduiken
door middel van oneerlijke opgaven zich niet of voor eene te geringe som laten aanslaan
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.