ontcijferen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·cij·fe·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontcijferen
ontcijferde
ontcijferd
zwak -d volledig

Werkwoord

ontcijferen

  1. overgankelijk qua betekenis duiden
    • Men heeft het Lineair A nog altijd niet kunnen ontcijferen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.