Naar inhoud springen

ontbrak

Uit WikiWoordenboek
  • ont·brak
vervoeging van
ontbreken

ontbrak

  1. enkelvoud verleden tijd van ontbreken
    • Ik ontbrak. 
    • Jij ontbrak. 
    • Hij, zij, het ontbrak. 
     Dit was een paradijs, alleen het koude biertje ontbrak.[1]
     In zijn Vortrage über Iömische Alterthümer zegt hij daar het volgende over: Als kind zag ik met afgrijzen de gruwelijkheden, ik zag dat de oude constitutie anders was dan de nieuwe, en hoe het aan kennis van de oudheid ontbrak bij het vele wat daarover gezegd werd.[2]
     Rensing senior wist dat zijn zoon bepaalde kwaliteiten had die de zijne ver overtroffen, maar terwijl hij de tong uit het strottenhoofd sneed voelde hij onrust opwellen over de talenten waar het zijn zoon aan ontbrak en daarmee, eerlijk is eerlijk, ook de angst dat zijn winkel na zijn dood te gronde zou gaan.[3]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Chiel van den Akker
    “Geschiedenis” (2019), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310578
  3. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696