ontaarden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·aar·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het werkwoord aarden met het voorvoegsel ont-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontaarden
ontaardde
ontaard
zwak -d volledig

Werkwoord

ontaarden

  1. ergatief overgaan in iets verkeerds
    • Zuinigheid moet niet in gierigheid ontaarden. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.