onstoffelijk
Uiterlijk
- on·stof·fe·lijk
- afleiding van stoffelijk met het voorvoegsel on-
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onstoffelijk | onstoffelijker | onstoffelijkst |
| verbogen | onstoffelijke | onstoffelijkere | onstoffelijkste |
| partitief | onstoffelijks | onstoffelijkers | - |
onstoffelijk [1]
- niet gemaakt van materie
- ▸ Het zijn levende wezens, vrouwen die in staat zijn te lijden en te voelen, en geen onstoffelijke ideeën die in willekeurige combinaties door je hoofd schieten.[2]
1. niet gemaakt van materie
- Het woord onstoffelijk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.