onprettig
Uiterlijk
- on·pret·tig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onprettig | onprettiger | onprettigst |
| verbogen | onprettige | onprettigere | onprettigste |
| partitief | onprettigs | onprettigers | - |
onprettig
- onaangenaam voelend of aandoend
- Dit was een onprettige gewaarwording.
- ▸ Als een verandering ook nog oncomfortabel wordt gevonden, is de weerstand nog groter, zegt Merkelbach. "Je moet een fietshelm aanschaffen, het doet iets met je kapsel, en niemand anders draagt hem. Dat vinden mensen onprettig: we willen niet de odd one out zijn."[1]
- Het woord onprettig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onprettig" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑
Weblink bron Noor de Kort“Nederlanders willen geen fietshelm, maar dat gaat misschien veranderen” (16 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be