onoverwinnelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·over·win·ne·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onoverwinnelijkheid onoverwinnelijkheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

onoverwinnelijkheid v [1]

  1. het niet verslagen kunnen worden
     In de kwartfinales treft de ploeg van bondscoach Marco van Basten Rusland, gecoacht door Guus Hiddink. Het gevoel van euforie en onoverwinnelijkheid verdwijnt pijnlijk snel bij Oranje, want de ijzersterke Russische ploeg overklast Oranje volledig.[2]
     Een doelpunt dat hij op zijn Memphis’ vierde: een blik van onoverwinnelijkheid om zijn mondhoeken getrokken.[3]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “EK 2008: 'Uitslagen Oranje indrukwekkend, maar geven ook vertekend beeld'” (28 JUNI 2020), NOS
  3. Bronlink Weblink bron “Memphis draagt met ‘Panenka’ bij aan stunt: Lyon kegelt Juventus uit Champions League” (07-08-2020), Tubantia