Naar inhoud springen

onovertrefbaar

Uit WikiWoordenboek
  • on·over·tref·baar
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen onovertrefbaaronovertrefbaarderonovertrefbaarst
verbogen onovertrefbareonovertrefbaardereonovertrefbaarste
partitief onovertrefbaarsonovertrefbaarders-

onovertrefbaar [1]

  1. van iets dat het niet beter kan
     Het moet onovertrefbaar zijn
    'Dat zullen we hopelijk nog wel vaker meemaken,'zei hij.
    [2]
     De kerkvader Aurelius Augustinus geeft in boek negentien van de ”De stad van God” een prachtige omschrijving van de ware deugd. Ware deugd voldoet aan drie voorwaarden. Ze maakt een juist gebruik van de goederen die horen bij een sterfelijke toestand van vrede. Ze maakt „goed gebruik van het slechte dat de mens te lijden heeft.” En ze weet zichzelf te richten op de eindbestemming van ons leven, „waar ons een onovertrefbaar heerlijke en diepe vrede te beurt zal vallen.”[3]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “De tweede doodzonde” (2020), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044645149
  3. Bronlink geraadpleegd op 23 september 2022 Weblink bron
    dr. Hans Burger
    “Theologenblog (Hans Burger): Wij kunnen slecht omgaan met lijden en tegenslag” (22 november 2016 1), Reformatorisch Dagblad