onomkeerbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·om·keer·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onomkeerbaar onomkeerbaarder onomkeerbaarst
verbogen onomkeerbare onomkeerbaardere onomkeerbaarste
partitief onomkeerbaars onomkeerbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

onomkeerbaar

  1. niet terug te draaien
    De breuk tussen de twee gelieven was onomkeerbaar.
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.