onnut

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·nut
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van nut met het voorvoegsel on- [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord onnut onnutten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

onnut v/m

  1. iemand, meestal een kind, die stout en ongehoorzaam is
Synoniemen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onnut onnutter onnutst
verbogen onnutte onnuttere onnutste
partitief onnuts onnutters -

Bijvoeglijk naamwoord

onnut [2]

  1. zonder nut, onbruikbaar en vaak zelfs schadelijk
    • Beziet die mengeling van afschuw en fascinatie op het gelaat van het jongetje met de blauwe winteroverall*** en besef: giraf Marius is niet ten onnutte aan zijn eind gekomen. De voorgenomen euthanasie van een overtallig giraffenjong in de zoo van Kopenhagen wekte in februari wereldwijd protest. Maar de Denen bogen niet voor goedkope sentimentaliteit en leerden de wereld dat een dierentuin geen Disney World is maar dat de wilde beesten er elke dag vlees blieven - of nu dat van een collega uit een belendend perk komt dan wel van een cleane slachterij. En dus werd Marius, het jong te veel in de giraffengroep, aan de leeuwen gevoerd. Maar niet voordat geïnteresseerde Deentjes hadden mogen aanschouwen hoe hij vakkundig werd uitgebeend. Zodat die nu weten: de wereld is hard, maar o zo spannend. [3] 
    • Eind zeventiende eeuw was hekserij eigenlijk geen thema meer.” Toch liet Aaltje zich wegen, maar echt gelukkig pakte het uiteindelijk toch niet voor haar uit: in Eibergen sloot de kerkenraad haar uit van deelname aan het heilig avondmaal, juist omdat ze zich door naar Oudewater te gaan, aan zulke ijdele en onnutte proeven had overgegeven. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
49 % van de Vlamingen.

Verwijzingen