onmin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·min
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van min met het voorvoegsel on-
enkelvoud meervoud
naamwoord onmin -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

onmin v/m

  1. vertroebelde verhoudingen, wederzijdse gevoelens van wrok en boosheid
    • De onmin tussen die twee broers is niet te overbruggen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.