onkunde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·kun·de
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van kunde met het voorvoegsel on-
enkelvoud meervoud
naamwoord onkunde
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

onkunde v

  1. iets niet kunnen, iets niet weten, onwetendheid.
    • Men hekelt de onkunde van de bestuurders van de organisatie. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be