onkosten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·kos·ten
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord (onkost) onkosten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mv

  1. wat iets kost bij schade en verlies, bijkomende kosten, onnodige kosten
    • De onkosten voor de advocaat werden door de staat betaald. 
Synoniemen
  1. uitgaven, kosten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen