onknap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·knap
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van knap met het voorvoegsel on-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onknap onknapper onknapst
verbogen onknappe onknappere onknapste
partitief onknaps onknappers -

Bijvoeglijk naamwoord

onknap [1]

  1. niet mooi: meestal gebruikt in de frase niet onknap en dat betekend dus juist wel knap
    • Zijn gitzwarte ogen waren haar lichaam binnengedrongen en hadden haar hart sneller doen slaan. Hij was niet onknap, had ze toen opgemerkt. Zijn lange zwarte haar reikte tot zijn schouders en zijn outfit had het meeste weg van een rockster; een kort leren vestje, een strakke jeans die toch nog genoeg bewegingsruimte toeliet en kraaknet hemd waarvan de bovenste knoopjes los waren. [2] 
    • Uit voorgaande afleveringen van Boer zoekt Vrouw hebben wij kunnen constateren dat er dames bij zitten die zeker niet onknap zijn. Is het de drang naar avontuur, is het de wanhoop naar het vinden van de juiste partner of voelt men echt iets voor de zoekende boer? Het zal van alles wel iets zijn, toch denk ik dat de dames die reageren op het programma wel degelijk goed bedoelingen hebben. [3] 
Synoniemen


Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.


Verwijzingen