onkies

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·kies
Woordherkomst en -opbouw
  • antoniem van kies met het voorvoegsel on-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onkies onkieser onkiest
verbogen onkiese onkiesere onkieste
partitief onkies onkiesers -

Bijvoeglijk naamwoord

onkies

  1. niet volgens de fatsoensnormen, onbeschaafd, onzedelijk, vulgair
    • Zijn gedrag was beslist onkies te noemen. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders
74 % van de Vlamingen.