ongrijpbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·grijp·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ongrijpbaar ongrijpbaarder ongrijpbaarst
verbogen ongrijpbare ongrijpbaardere ongrijpbaarste
partitief ongrijpbaars ongrijpbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

ongrijpbaar

  1. niet te begrijpen
     Genie luisterde meer dan ze sprak, had iets ongrijpbaars, was moeilijk te doorgronden en liep het liefst helemaal alleen onder haar zilveren paraplu om de felle zon te vermijden.[1]
  2. wat niet helder en duidelijk te zien of te ervaren is
     Dáárom zijn beelden als die van de dood van George Floyd zo krachtig. Ze maken het ongrijpbare tastbaar, brengen het oneerlijke systeem terug tot een hartverscheurend moment van onnodig menselijk leed. Tot een gezicht op het asfalt, een stem die maar blijft roepen dat hij geen adem kan krijgen. En niemand die luistert.[2]
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink Weblink bron Haro Kraak “Waarin zit toch de witte angst om over racisme te praten?” (5 juni 2020), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be