ongezocht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·zocht
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen ongezocht
verbogen ongezochte
partitief ongezochts

Bijvoeglijk naamwoord

ongezocht [1]

  1. niet expres
    • „Er zijn zoals gebruikelijk zowel officiële als informele foto's gemaakt”, aldus de woordvoerster van de RVD. „De betrokken foto is ongezocht gemaakt; de ontmoeting vond plaats als onderdeel van een reeks personen die voorgesteld werden.” [2] 
    • Eenmaal in Katwijk twijfelde ik sterk of ik deze roeping niet naar me toe had getrokken. Maar tijdens mijn eerste pastorale bezoek in het ziekenhuis in Leiden zag ik daar in de centrale hal de tekst uit Psalm 32. Dat was voor mij zo’n sterke bevestiging dat ik niet meer heb getwijfeld aan de juistheid van mijn beslissing. Toen dat later wel weer eens het geval was, kreeg ik dezelfde tekst nog eens. Heel ongezocht, op een bijzonder moment. Dan ervaar je de kracht van het Woord.” [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Telegraaf 29 sep. 2014 Rel over foto Máxima
  3. Reformatorisch Dagblad Eunice Hoekman-van Stuijvenberg 27-03-2015 „Karakter beïnvloedt manier van Bijbellezen”
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be