ongewenst
Uiterlijk
- on·ge·wenst
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | ongewenst | ongewenster | (ongewenstst) * |
| verbogen | ongewenste | ongewenstere | (ongewenstste) * |
| partitief | ongewensts | ongewensters | - |
ongewenst
1.
- Het woord ongewenst staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ongewenst" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ www.nu.nl
- ↑
Weblink bron W. Haeseryn e.a.“6.4.3.1.2 Omschrijving van de trappen van vergelijking met meer en meest.” (januari 2019), punt 4 op e-ans.ivdnt.org (Algemene Nederlandse Spraakkunst) - ↑
Weblink bron “Omschreven trappen van vergelijking (algemeen)”, punt 3. op taaladvies.net (Nederlandse Taalunie) - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be